Bandenwisselseizoen in aantocht


ACTUELE REGELGEVING BANDEN Artikel 5.2.27

  1. De wielen van personenauto’s moeten zijn voorzien van luchtbanden.
  2. De banden mogen geen beschadigingen vertonen waarbij het karkas zichtbaar is.
  3. ​De banden mogen geen uitstulpingen vertonen.
  4. De profilering van de hoofdgroevenvan de banden moet over de gehele omtrek van het loopvlak ten minste 1,6 mm bedragen, met uitzondering van slijtage-indicatoren.
  5. De banden mogen niet zijn nageprofileerd. Van naprofileren is sprake indien slijtage-indicatoren zijn weggesneden, indien de profielvorm van de groef afwijkt van de originele profielvorm, of indien in de bodem van de groef het karkas van de band zichtbaar is. In afwijking van de eerste volzin is naprofileren toegestaan indien de mogelijkheid daartoe op de band is vermeld door de aanduiding “REGROOVABLE” of door het teken “”, met dien verstande dat het karkas van de band niet zichtbaar mag zijn
  6. De op de band aangegeven draairichting moet overeenkomen met de draairichting van het wiel in voorwaartse rijrichting van de personenauto. Een band moet zodanig gemonteerd zijn dat dit overeenkomt met de door de bandenfabrikant aangebrachte markering op de band die de draairichting of de binnenkant of buitenkant aangeeft.
  7. Het loopvlakvan de banden mag geen metalen elementen bevatten die tijdens het rijden daarbuiten kunnen uitsteken.
  8. De banden op één as moeten dezelfde maataanduiding hebben, behalve wanneer een nood- of reservewiel wordt gebruikt.
  9. De banden moeten een juiste bandenspanning hebben zoals deze door de voertuigfabrikant is voorgeschreven voor het betreffende voertuig. Indien geen bandenspanning door de voertuigfabrikant is voorgeschreven, moeten de banden op één as een gelijke bandenspanning hebben.
(bron RDW online APK-regelgeving)